Obsolens kennisbank Naar het portaal

Waar plaats je de collector?

Welke computer geschikt is voor de collector, wat hij nodig heeft en wanneer je kiest voor een bestaande server, een VM of vaste hardware.

De collector is een klein programma dat bij de klant het netwerk scant en het resultaat via HTTPS naar het platform stuurt. Hier lees je op welke computer je hem het best zet, zodat hij altijd scant en zich elke minuut meldt.

De eisen

De collector draait op elke computer die aan deze eisen voldoet:

EisToelichting
Besturingssysteem64-bits Windows, of Linux met systemd op x86_64 of ARM64 (zoals Ubuntu, Debian of RHEL).
Altijd aanDe collector meldt zich elke minuut. Is hij 10 minuten stil, dan staat hij in het portaal als offline en krijg je een melding.
In het netwerk van de klantBij voorkeur met een kabel in het netwerk dat je wilt scannen. Andere VLAN's bereikt hij via de router of firewall.
Uitgaand HTTPSTCP 443 naar het portaal (bijvoorbeeld portal.obsolens.com), direct of via een proxy. Er hoeft geen poort open naar binnen.
BeheerdersrechtenInstalleren gaat als root (Linux, met sudo) of als administrator (Windows).
Juiste klokEen klok die meer dan 5 minuten afwijkt, geeft verbindingsproblemen. Zet tijdsynchronisatie (NTP) aan.

Op Linux draait de collector als systemd-dienst obsolens-collector als root, omdat ARP en een paar metingen raw sockets nodig hebben. Op Windows draait hij als geplande taak "Obsolens Collector" onder SYSTEM.

De keuze in het kort

  1. Heeft de klant een server of hypervisor die altijd aan staat? Zet de collector in een eigen kleine VM. Dat is meestal het goedkoopst en het makkelijkst te beheren. Zie Installeren in een virtuele machine.
  2. Is er geen geschikte server, of wil je de collector los van de rest van de omgeving? Plaats een vaste mini-pc met Linux. Zie Hardware kiezen voor een vaste collector.
  3. Is er alleen een bestaande Windows- of Linux-server? Dan kan de collector daar ook op. Hij is klein en scant alleen volgens de planning.

Een werkplek of laptop is geen goede plek: die gaat uit, verhuist of slaapt. De collector is dan vaak offline en scans worden overgeslagen.

Waar in het netwerk

  • Eén collector per locatie is het uitgangspunt. Een locatie mag meer collectors hebben; Nu scannen start dan een scan op alle collectors van die locatie die online zijn.
  • Zet hem in het netwerk met de meeste apparatuur, of in het beheernetwerk als de firewall vandaar naar de andere VLAN's mag. De collector vindt de netwerken op zijn eigen netwerkkaart en in zijn routetabel zelf. Andere VLAN's scant hij via routing. Hij maakt zelf geen VLAN-interfaces aan.
  • UPnP en mDNS werken alleen in het eigen netwerk. Voor andere VLAN's moet de firewall de scanpoorten vanaf het IP-adres van de collector doorlaten. Zie Meerdere VLAN's scannen.
  • Een vast IP-adres maakt firewall- en EDR-uitzonderingen eenvoudiger. Gebruik een DHCP-reservering of een statisch adres.

Wat je vooraf regelt

  • Uitgaand HTTPS naar het portaal. Staat er een proxy of SSL-inspectie tussen, lees dan Uitgaande verbinding, proxy en SSL-inspectie.
  • Een uitzondering in de IPS en de EDR voor het IP-adres en het programma van de collector. Na de installatie staat alles wat je daarvoor nodig hebt bij de collector onder Toegang regelen.

Zie ook